Een wipkip is te saai
Gemeenten kopen nog te vaak een saaie wipkip voor een klein speeltuintje. Vooral de middelgrote steden denken dat je er dan wel bent. Maar om kinderen van de tv en computer weg te halen moet je buitenspelen spannend maken. 'Schuif al die wipkippen maar op een hoop, dan heb je tenminste iets spannends,' grapt directeur Jos Schuurman van Jantje Beton.
Driekwart
Kinderen spelen nog steeds graag buiten. Driekwart van de kinderen tussen de 6 en 12 jaar speelt meerdere keren per week buiten zonder volwassenen in de buurt, blijkt uit onderzoek van TNSNipo in opdracht van Jantje Beton, belangenbehartiger van het buitenspel. Maar uit hetzelfde onderzoek blijkt dat bijna tweederde vaker zou buitenspelen en minder tv zou kijken of op de computer zou spelen als het buiten minder 'saai' zou zijn.
Hondenpoep
Kinderen willen meer 'spannende plekken om te spelen', zeggen zowel kinderen tussen 6 en 8 als tussen 8 en 12; zowel uit stedelijke- als uit niet-stedelijke gebieden. Hoe zo'n spannendere plek eruit moet zien is lastiger eenduidig te beantwoorden. Jantje Beton heeft wel een advies voor gemeenten die het beter willen doen: 'Vraag het de kinderen wat zij in hun wijk missen. En je kunt kijken of wij en de VNG kunnen helpen.' Wat in ieder geval niet moet is om enkel een klein speeltuintje uit de catalogus te kopen met de onvermijdelijke wipkip.
Kindvriendelijk
'Je zou met een kindvriendelijke bril eens moeten kijken naar je gemeente,' zegt directeur Jos Schuurman van Jantje Beton. 'Wij doen dat als proef nu met vier gemeenten van het netwerk Kindvriendelijke Gemeenten en kijken telkens in een wijk wat daar beter kan.' Vaak blijkt dat het helpt als verschillende wethouders of ambtenaren eens bij elkaar komen om gezamenlijk vanuit de behoeften van kinderen te kijken naar de wijk. 'Want hondenpoep zit niet automatisch in dezelfde portefeuille of bijdezelfde dienst als Jongeren, maar als er minder hondenpoep op de veldjes en pleindjes ligt speelt dat veel fijner.
Oversteekplaatsen
' Hetzelfde geldt voor de aanleg van oversteekplaatsen, ook daar wordt vaak ten onrechte niet aan gedacht als middel om het buitenspelen te stimuleren ', aldus Schuurman. ‘Uit een promotieonderzoek blijkt dat door extra oversteekplaatsen in de buurt het buitenspelen met dertig procent kan toenemen’.
Geen extra geld
En spannendere speelplekken hoeven volgens Schuurman niet automatisch meer geld te kosten voor gemeenten. 'Ik noemde al die wipkippen, die toch ook al snel vijfhonderd euro per stuk kosten. Gemeenten geven behoorlijk wat geld uit aan dat soort dingen, die overigens voor de jongste kinderen ook best leuk kunnen zijn. Maar je kunt ook eens een wat wildere speeltuin aanleggen, waar kinderen veel kunnen klauteren op bergen zand en meer kunnen ravotten. Dat zie je gelukkig ook wel vaker gebeuren, zeker in de grotere steden waar men zich nu wel bewust is van de waarde van het buitenspel.'






Archief

